30/09/2024
Als terugblik op het rijke verleden van de Hazepolder brengt weidevenner.nl een aantal verhalen over de Hazepolder, oudste buurt van Weidevenne, voor veel bewoners nog altijd een deel van het centrum, en een buurt met een rijke geschiedenis. Ook in de Hazepolder hebben bewoners het tijdens de oorlogsjaren niet altijd even makkelijk. Angst, dreiging, weinig eten en geen brandstoffen. Iedereen doet zijn best om de hongerige magen te vullen en de kachel brandend te houden.
Mensen zijn vindingrijk en er wordt creatief omgegaan met de omstandigheden.
Als vrijwel alle bomen in de stad verdwenen zijn en op illegaal kappen de doodstraf staat, zwemmen bewoners ’s nachts het kanaal over. Aan de Beemsterdijk worden bomen omgezaagd en het water ingerold. Vanaf de Kanaaldijk wordt met een lang touw de buit binnengehaald en kan de kachel weer branden.
Het huis van de familie Franke aan de Neckerstraat 125 wordt op 8 maart 1944 geraakt door de benzinetank van een vliegtuig. Moeder Trijntje en haar zuster Grietje komen om in de vlammen, vader Franke moet zwaar gewond naar het ziekenhuis en de gehele huwelijksuitzet van de zoon gaat verloren. In januari ’45 worden de broers De Vries in hun slagerij overvallen en een maand later wordt bij de boerderij van Kramer aan de Kanaaldijk een groep verzetsmensen gearresteerd. Onder hen zijn de broers Johannes en Paulus Conijn die wonen in het laatste huis aan de Kanaaldijk (later Ome Joop.) Ze worden op 8 maart 1945 op de Amsteldijk in Amsterdam gefusilleerd en later herbegraven in Purmerend. Op ‘Dolle Dinsdag’ willen vier Duitse oorlogsschepen door de sluis, maar die is volgegooid met keien. Als vergelding worden later op de Sluisbrug alle langskomende fietsen in beslag genomen.
Bevrijdingsboom
Op 9 mei 1945 rijden de Britten Purmerend binnen en overal in de stad worden activiteiten georganiseerd, ook in de Hazepolder. Het ontbreekt echter aan geld, maar er wordt geld opgehaald voor de kinderspelen en meteen een comité gevormd, bestaande uit Marie Timmerman, Griet Westerhof, Jan en Nel Kok en Lou Kersloot. Er zijn spelletjes, in de Hugo de Grootstraat speelt een band en op het Troelstraplein wordt een bevrijdingsboom geplant. Er ontstaat een hechte gemeenschap en bewoners trekken veel met elkaar op. In de Hugo de Grootstraat, ter hoogte van nummer 75, staat een hek over de straat en verder is er weiland. Een grote betonnen rioleringspijp loopt nog een stukje verder en in de verte staat de schoorsteen van de vatenfabriek die er voor zorgt dat geregeld de was moet worden binnengehaald vanwege bruine neerslag.
Poes in de put
Aan het einde van de Thorbeckekade (nu speeltuin) is het ‘huttenveldje’. De gemeente laat er regelmatig een wagen zand storten, maar dat verdwijnt als sneeuw voor de zon. In 1953 krijgt de straat een nieuw wegdek en gebruiken enkele bewoners de oude stenen voor onder andere tuinpadjes, al snel worden ze door de Rijkspolitie gesommeerd de stenen weer terug te brengen. Op een dag valt een poes in een regenput van de families Kooiker en De Wolf aan de Kanaaldijk en is er met geen mogelijkheid meer uit te krijgen. Ten einde raad wordt Gerrit Hekelaar aan een lange stok gebonden en naar beneden gelaten en met de drijfnatte poes in zijn armen weer omhoog gehaald. In 1955 start de bouw van nieuwe woningen en een brandweerkazerne en al snel schallen de liedjes van Johnny Jordaan en Tante Leen door de buurt.
Wordt vervolgd
Wilt u op de hoogte blijven van al het nieuws in Weidevenne, Kop West, Centrum en Beemster, schrijf u dan in voor de nieuwsbrief.





