Doorijzing in Purmerend

25/01/2026

Deze winter worden Nederlanders weer regelmatig geconfronteerd met code geel, rood of oranje. Bij de eerste de beste sneeuwbui rijden treinen niet meer en schuiven auto’s van de snelweg af. Echte ouderwetse winters met schaatsers en arresleden op het Noordhollandsch Kanaal en de Weere en jeugd die meeschaatst naast de ijsbreker tussen de Sluisbrug en de spoorbrug zijn waarschijnlijk verleden tijd. Een Elfstedentocht zit er ook niet meer in en de scheepvaart kan gewoon doorgaan. 

In de tijd van zeilschepen, als het vrijwel onmogelijk is om door het ijs te komen gaan de reders echten niet bij de pakken neerzitten en bedenken een simpele oplossing: gewoon een vaargeul in het ijs zagen. In 1575 zijn het Noordhollandsch Kanaal en het Noordzeekanaal nog niet gegraven en is de Noordzee alleen via de Zuiderzee te bereiken. Als in dat jaar de vaarroute van Petten naar Monnickendam is dichtgevroren, geeft gouverneur Sonoy opdracht ‘eene 42 voet breede bijt’ in het ijs te maken. Voor het laatste stuk ook een groep Purmerendse ‘huislieden met vijf dagen leeftogt onder het voeren van vaandel en geweer’ zich melden.

Diederick Sonoy.

Vele jaren later, in december 1829, een paar jaar na de opening van het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, legt er in december 25 centimeter ijs in het kanaal, waardoor schepen in Amsterdam moeten wachten. Nieuwe Diep (Den Helder) is onbereikbaar. Dat kost de reders veel geld en in januari 1830 geven ze opdracht om een vaargeul te zagen van Amsterdam naar Den Helder. Het zagen en ‘wegslooten’ van het ijs wordt gedaan door zeshonderd man en kost maar liefst 20.000 gulden.

Twee Gebroeders.

Overgeladen
Slimme kaashandelaren uit Purmerend sturen paard-en-wagens volgeladen met kazen richting Buiksloot en terwijl de schepen langzaam door de geul worden voortgetrokken, wordt de kaas met bestemming Bordeaux al varende overgeladen in het schip Twee Gebroeders van reders H. en C. van de Stadt. Kapitein J.J. Klein hoeft daardoor niet meer te laden bij de kaaspakhuizen aan de Kanaalkade in Purmerend en kan op 9 januari, als de acht schepen Purmerend passeren, meevaren met het konvooi. Twee weken later komen de schepen aan in Nieuwe Diep en wordt de reis voortgezet via de Noordzee.

Saluutschoten
Dichter C. Loots schrijft een ‘zeer schoon vers’ over de doorijzing en als de  Engelsen, die anders niet zo’n hoge pet op hebben van Nederlandse ondernemingen, horen van het huzarenstukje, worden de schepen bij het passeren van de Engelse kust met saluutschoten begroet. Als in Bordeaux via kapitein Klein het verhaal bekend wordt, krijgt Purmerend ook in Frankrijk alle lof voor deze spectaculaire onderneming. Het is een groot succes, want als het eerste schip terugkomt van de reis, liggen in Amsterdam nog schepen te wachten om uit te varen.                                                

IJsbreker Walvis.

Schaatsende beer
De winters worden zachter en de schepen sterker, maar soms moet er toch een vaargeul worden gemaakt. Zagen kost te veel geld en duurt te lang, dus gebruikt men dynamiet. Gewoon het ijs opblazen. Later komen de ijsbrekers Walvis en Poolvos het ijs breken. Schaatsers vinden het maar niks en er wordt naast de ijsbreker gewoon geschaatst. Tijdens strenge winters vriest het kanaal nog wel eens dicht en is het ijs stevig genoeg voor schaatsers, arresleden en Barend Cruijff met een schaatsende beer.

De schepen die de sluis passeren zijn:  Louiza Agatha, Willem Ernst, Jonge Lodewijk Anthonie, Wilhelmina en Maria, Maria en Jacoba, Welvaart, Diana en Twee Gebroeders.  Reders: De Heer K.J. van Beeck Vollenhoven, De Nederlandsche Scheepsrederij, De Heeren L. Bienfait & Zoon, De Heeren Insinger & Comp., De Heeren, Buijs de Bordes & Jordan, De heer I. Schumacher, De Heeren J.A. Westerloo & Comp.en De Heeren H. & C. van de Stadt.  

Johnnes Hermanus Koekkoek

Onmisbare rol
Het Noordhollandsch Kanaal is dan nog relatief nieuw en sinds 1824 vormt het een belangrijke waterverbinding tussen Amsterdam en de Noordzee via onder meer Purmerend en Alkmaar. Deze prent laat zien hoe het kanaal al vroeg een onmisbare rol speelt in het dagelijks leven, zelfs tijdens een strenge winter. De aquatint (diepdruktechniek) wordt rond 1830 vervaardigd door H.W. Hoogkamer, naar een tekening van Johannes Hermanus Koekkoek en uitgegeven door Broedelet en Rijkenberg in de Peperstraat in Purmerend en is onder andere te zien in het Purmerends Museum.

Dichter C. Loots.

          

                                                                                                            

Wilt u op de hoogte blijven van al het nieuws in Weidevenne, Kop West, Centrum en Beemster, schrijf u dan in voor de nieuwsbrief.

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *