01/07/2025
Ondanks de naam Kaasmarkt is er op het huidige plein niets meer terug te vinden van de ooit zo bloeiende handel. In 1484 krijgt Purmerend het marktprivilege voor twee jaarmarkten en een weekmarkt. De stad groeit uit tot een belangrijke plaats met markten voor vis, vee, boter, groenten, augurken, pluimvee, boter, eieren en kaas. Nu, 540 jaar later, zijn bijna alle markten uit de stad verdwenen en rest alleen nog de karige warenmarkt en een besloten veemarkt.
De handel in kaas begint op het Marcktvelt, de huidige Kaasmarkt. In 1633 worden twee woningen gesloopt, het stadhuis door middel van vijzels tien meter naar achter gezet en het kerkhof naast de kerk gesloten en geplaveid om meer ruimte te maken voor de markt. De kaas wordt aangevoerd met kaasschuiten via de Weere en door boeren met paard en wagen uit de polders. De kaasschuiten jagen de gemeente regelmatig op kosten als er gebaggerd moet worden omdat de volgeladen schuiten vastlopen. Vanaf de Weerwal worden de kazen met draagberries naar de hoger gelegen Kaasmarkt gebracht en dat is een zware klus. Stadsarchivaris W. A. Scholten bedenkt de kaasbakken die worden getild en gereden door een zogenoemde ‘mallejan’, wat het werk een stuk makkelijker maakt. Bewoners zijn echter minder blij, want regelmatig wordt hun nachtrust al verstoord door wapperende afdekzeilen en nu komt het lawaai van de ijzeren banden om de karrenwielen erbij.
Kaas- en boter waag
De kaas wordt op maandag aangevoerd, op een bed van stro gestapeld en ‘s nachts bewaakt door de nachtpolitie die vanuit hun lokaal naast de waag een prima uitzicht hebben op het plein. De kaas wordt gewogen in de ‘Stads waghe’ onder het oude stadhuis totdat in 1744 de al bestaande boterwaag wordt omgebouwd tot kaas- en boterwaag door aannemer Cornelis de Dekker voor fl.1565,-. De stenen van de kort daarvoor gesloopte torens van Slot Purmersteyn worden gebruikt als bestrating onder de luifel. In 1882-1823 wordt een nieuw, door stadsarchitect P. Mager ontworpen pand, gebouwd met ruimte voor de stoombrandspuit. Op de bovenverdieping wordt de bibliotheek gevestigd.
Kaasbeurs
In 1800 is Purmerend de derde Kaasmarkt in Nederland met een jaarlijkse aanvoer van maar liefst 3,5 miljoen pond, maar tijdens de strenge winter van 1928 biedt een van de handelaren, uit vrees voor schade, de kaas aan op monster. Een tiental kazen in plaats van een hele partij betekent ook nog eens een fikse besparing op de wik- en weeglonen. Niet iedereen is enthousiast, maar als ook nog eens de aanvoer terugloopt steken de handelaren in 1931 toch de koppen bij elkaar en bespreken in Koffiehuis Wierstra (nu ‘t Hoedje van de Koningin) de oprichting van een kaasbeurs.
Voorspoed
Geen grote partijen meer naar de markt, maar verkoop op monster, want de kaas heeft nogal te lijden van vervoer, het gooien in en uit de bakken, het wegen en de weersomstandigheden. De gemeenteraad ziet het eerst niet zitten, want er is geen ruimte beschikbaar en de inkomsten voor de gemeente zullen fors dalen, maar na veel vergaderen moet een jaar later de bibliotheek verhuizen en opent burgemeester Cramwinckel de Gemeentelijke Kaasbeurs boven de oude waag. Onder de gasten zijn de burgemeesters van Beemster, Kwalijk, Middelie en Warder, Monnickendam en Wijdewormer en de raadsleden Tadema, Vet en Kooi. Wethouder Koning spreekt enthousiast een wens uit: “Dat de beurs moge bijdragen tot hernieuwden voorspoed van den boerenstand en tot bloei van den handel. Terwijl Hoorn en Alkmaar afwijzend tegen elke vorm van beurs staan, heeft Purmerend de teekenen des tijds verstaan.”
Heropening
Tijdens de oorlogsjaren wordt geen kaas verhandeld en ondanks groot optimisme na de bevrijding en een feestelijke heropening door burgemeester Kooiman wordt in 1947 de laatste kaas op de beurs verkocht. Handelaren kopen daarna rechtstreeks van coöperaties en fabrieken. De kaasbeurs komt weer beschikbaar als bibliotheek en oefenruimte voor muziekkorpsen, steenwerpers en tal van andere verenigingen en organisaties.
Handje klap
In 1985 wordt een toeristische kaasmarkt opgezet. De kaasbakken worden opnieuw gemaakt en er verschijnt een kaaswaag voor het oude stadhuis. Veel toeristen vermaken zich met de kaashandel door middel van ‘handje klap’, gaan op de foto met kaasboertje Muus Tromp of spelen het Oudhollands kaasrolspel met als hoofdprijs een echte Edammer. Tien jaar later stopt ook de toeristische kaashandel en zijn de nagebouwde waag en kaasbakken spoorloos verdwenen. Ruim vijfhonderd jaar na het verkrijgen van het marktprivilege is er geen kaas meer te vinden op de kaasmarkt.
Wilt u op de hoogte blijven van al het nieuws in Weidevenne, Kop West, Centrum en Beemster, schrijf u dan in voor de nieuwsbrief.


Er Is elke week heerlijke kaas op de Kaasmarkt. Beuse staat er al jaren. Dus een beetje onzin dat er geen kaas te vinden is op de Kaasmarkt.